Openingszetten schaken oefenen

Hoe begin je nou het best? Er zijn een heleboel ingewikkelde openingszetten bij schaken en het is zonde om je schaakpartij in het begin al de mist in te zien gaan. Vandaar dat hier de 3 gouden regels worden uitgelegd wat betreft openingszetten schaken: 1. De pion in het centrum. Het centrum beheersen in de opening en halverwege het spel is van groot belang. Dit is namelijk de plaats waar de schaakstukken elkaar tegenkomen. De eenvoudigste opties voor de pion in het centrum zijn: 1.e4 of 1.d4 voor wit, 1 … e5 of 1 … d5 voor zwart. 2. Schaakstukken ontwikkelen. Regel twee is het ontwikkelen van de lichte schaakstukken waarbij de paarden meestal de voorkeur hebben en vervolgens de lopers. Een voorbeeld binnen het ontwikkelen van de lichte schaakstukken is 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5. Vervolgens is wit klaar om te rokeren waarna vaak het andere paard en de loper worden betrokken in het spel. 3. Rokade. De laatste gouden regel binnen openingszetten schaken is de rokade. Dit is een bijzondere zet aangezien het de enige zet is waarbij twee stukken van dezelfde kleur verplaatst worden (in dit geval de toren en koning). Er zijn twee versies van de rokade: de korte of de lange rokade. In zowel een korte als een lange rokade verplaatst de koning zich vanuit de beginpositie, de e-lijn, twee velden opzij. De toren verplaatst zich vanuit startpositie over de koning heen en landt direct naast de koning. Nu heb je drie opties om de eerstvolgende schaakpartij sterker te beginnen. Een leuke wetenswaardigheid om te benoemen is dat bepaalde studies suggereren dat Slimmer worden door schaken mogelijk is. Daarnaast helpt het om je creativiteit, leesvermogen en vermogen om te onthouden te verbeteren. Geen slechte punten om op te scoren.