Spelregels schaken

Schaken is een prachtig spel en een ontzettend uitdagende sport voor de hersenen. Het is een veldslag voor nobele strijders en leiders. Een eerlijke strijd is echter onderhevig aan regels waar beide partijen zich aan moeten houden. Daarom vertel ik je op deze pagina graag meer over de spelregels schaken. Met spelregels schaken bedoel ik de regels die gelden voor de individuele stukken maar ook de regels voor het gehele spel. Laten we bij het begin beginnen. Wit mag doorgaans beginnen. Vaak wordt er door de tegenpartij gegrapt “wit begint, en zwart wint”. Een andere regel is dat de eerste stap die je met een specifieke pion zet 2 vakken lang mag zijn, dat mag echter alleen de eerste keer dat je de betreffende pion beweegt. Er bestaat tevens een regel die niet iedereen kent of goed toepast. Als je de koning en de toren aan de kant van de koning nog niet hebt bewogen tijdens het spel, en er staan geen stukken tussen, mag je de posities omdraaien. Dit kan een goede laatste zet zijn om je koning te beschermen tegen een aanval. In sommige gevallen raak je helaas je belangrijkste stuk, de koningin, kwijt. Je kunt haar echter terughalen. Mocht je in het zeldzame geval een pion helemaal tot de tegenstander zijn achterlijn brengen, dan kun je je koningin terugvragen. De tegenstander moet hier gehoor aan geven. Tot slot is er nog een erg belangrijke regel voor het eindspel. Als de koning valt heb je gewonnen. Maar als de koning geen stap meer kan zetten zonder schaak te staan is het “remise”, een zogenaamd gelijkspel. Dit zijn de belangrijkste spelregels schaken, ik hoop dat je hiermee aan de slag kunt. Veel succes!